Veel koelinstallaties worden gekoeld met vloeistof. Jarenlang waren dat chloorhoudende vloeistoffen, zoals R12 en R22. Om de ozonlaag en daarmee mens en milieu te beschermen, is R12 al lang verboden. Ook voor R22 gelden sinds 2015 strengere regels. Koelinstallaties met R12 of R22 als koelmiddel mogen wel blijven draaien, maar bijvullen mag niet. Zolang een installatie zonder problemen draait, is dat niet zo’n punt. Maar als er eenmaal lekkage optreedt, kan deze installatie langdurig uitvallen. Voor de continuïteit van bedrijfsprocessen levert dat vervolgens een gevaar op. Wat te doen?

Er zijn verschillende antwoorden op deze vraag, mede afhankelijk van leeftijd, aantal, staat van onderhoud en de koelcapaciteit van de installatie. Is de installatie betrouwbaar en goed onderhouden, dan is het een optie om deze installatie te behouden. Reparatie en het vervangen van componenten mag, maar de koelvloeistof moet altijd in de installatie blijven. Bijvullen of tijdelijk aftappen is niet toegestaan. Maar als koeling voor bedrijfsprocessen essentieel is, dan is deze optie niet heel verstandig. Uitval kan namelijk langdurig zijn, omdat bijvullen met R22 verboden is.

Afpompen en vervangen door een alternatief koelmiddel is de tweede optie. Dit wordt een drop-in genoemd. Dit kan echter alleen als de installatie jonger dan tien jaar is en voorbereid is op het gebruik van alternatieve middelen. En het is niet heilig, want de koelcapaciteit kan afnemen, het stroomverbruik juist toenemen en de installatie heeft over het algemeen een kortere levensduur. Ook niet echt ‘cool’ dus.

Grote, goed onderhouden industriële koelinstallaties kunnen soms worden omgebouwd om ze zo geschikt te maken voor een alternatief koelmiddel. Voordeel is dat nieuwe, hoge investeringen voorlopig niet nodig zijn en dat de installaties nog wel een tijdje voort kunnen. De laatste oplossing is die van nieuwbouw en vervanging. Moderne koelinstallaties gebruiken CO2, propaan of ammoniak (NH3) als koelmiddel. Het zijn milieuvriendelijke en energiezuinig oplossingen die aan de wet voldoen en, nog belangrijker, geen bedreiging vormen voor ons milieu. Natuurlijk vraagt deze oplossing om een investering, maar daar staat tegenover dat er aantrekkelijke fiscale voordelen aan verbonden zijn.